Blog

  Blog van Wim van Deventer - 2012-11-23
Metamorfose

Het beeld dat we hebben van een vergrijzende wereld, zorgt ervoor dat ouder wordende mensen op een dood spoor worden gezet. Maar dat is onterecht. Zij zijn juist zeer waardevol voor de maatschappij. Het goede nieuws is dat de kansen voor hen toenemen. Indien we tot ons 70e jaar zouden blijven werken, kunnen we rond het 60e jaar een jaar met betaald verlof en ons voorbereiden op de laatste tien jaar, waarin we in plaats van 36 uur nog 32 uur per week werken.
 
Twitter, LinkeIn, Hyves, Facebook Linkedin FaceBook Twitter Hyves

Reacties:

0
 


Reageer:

Naam:
A value is required.Minimum number of characters not met.Exceeded maximum number of characters.
Emailadres:
A value is required.Invalid format.Minimum number of characters not met.Exceeded maximum number of characters.
Reactie:
  A value is required.Minimum number of characters not met.Exceeded maximum number of characters.

Pensioenuitvoeringsorganisatie PGGM heeft op mijn verzoek uitgerekend dat dit met behoud van pensioen mogelijk is.
Er is dan zelfs voldoende ruimte om óf het pensioen te verhogen met ruim 10% óf in plaats van 32 uur, 30 uur te gaan werken of een jaar eerder met pensioen te gaan.

Het klopt weliswaar dat de levensverwachting spectaculair toeneemt (iedere dag met ruim 4 uur), maar gelukkig nemen ook de gezonde levensjaren toe. Hierdoor zijn we in staat om gedurende langere tijd een bijdrage te blijven leveren aan de samenleving in de vorm van betaald werk of vrijwilligerswerk. Nu al vervullen met name vrouwen van rond de 60 jaar een belangrijke veelal onderschatte rol in onze samenleving: zij vangen de kleinkinderen op en verzorgen de (schoon)ouders.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) verdeelt, bij de demografische analyses, het leven in drie fases. De jeugd tot 20 jaar, de volwassenheid van 20 tot 65 jaar en de ouderdom boven de 65 jaar. Graaf Von Bismarck heeft aan het begin van de vorige eeuw in Duitsland de aanzet gegeven voor een pensionering die aanvankelijk op 70 jaar was gesteld, maar later werd bijgesteld tot op het niveau van de gemiddelde levensverwachting en dat was 65 jaar. Die norm van 65 jaar heeft nu bijna 100 jaar stand gehouden en mythische proporties aangenomen. Wie nu 65 is geworden leeft gemiddeld nog 20 jaar. De uitdaging is vooral gezond leven en dat doen we door goed te eten, onze energie over de dag te verdelen en vooral door veel te blijven bewegen. Stoppen met werken draagt hier niet aan bij, want rust roest.

Er is dan ook alle aanleiding om die oude norm van pensionering op te schuiven in de richting 75 jaar. Niet alleen omdat we nu veel ouder worden en langer in goede gezondheid leven, maar ook omdat mensen die actief blijven langer gezond zijn. Wanneer we die grens verplaatsen kan dat grote gevolgen hebben voor het denken over de gevolgen van demografische ontwikkelingen. Het aantal ouderen wordt door de voorgestelde indeling gehalveerd en de groep volwassenen (ouder dan 20 en jonger dan 75) neemt met dit zelfde aantal toe. Natuurlijk realiseer ik mij dat een andere definitie de wereld niet verandert, maar het kan wel leiden tot een metamorfose van de perceptie van ouder wordende mensen.

In het centrum voor Reuma en Revalidatie (RRR) waar ik mag werken, hebben ruim 400 mensen werk op basis van een arbeidscontract. Daarnaast zijn er 100 mensen actief als vrijwilliger. Het merendeel van de vrijwilligers is al enige jaren met pensioen. Zij ervaren het belang van in beweging blijven en betrokken blijven. Ergens tussen het 55e en 65e levensjaar is de mens rijp om zich te bezinnen over wat hij met de rest van zijn leven wil doen. Een andere kijk op het leven plaatst het ook in een ander perspectief. Dominantie en ambitie zijn veelal afgenomen, waardoor men open staat voor beroepen met een meer dienstbaar en adviserend karakter. Het zou waardevol zijn om daar een nuttige invulling aan te kunnen geven.

Ruim 12 jaar geleden kwam Leen bij ons werken. Hij was van beroep magazijnmeester en was al vijf jaar werkloos. In het RRR ging hij vissen met patiënten die hij een geweldige dag bezorgde. Hij vertelde mij dat hij een ellendige periode achter de rug had. Vijf jaar lang had hij thuis gezeten en was daarvan passief en depressief geworden. Van zijn nieuwe werk knapte hij op. Leen is helaas overleden. Op zijn verzoek werd zijn as uitgestrooid op de plaats waar hij zo liefdevol voor patiënten gezorgd had. Die wens, die door zijn familie werd ingevuld, vervulde ons allen met ontroering.

We hebben ons zelf wijs gemaakt dat het een zegen is om te stoppen met werk, maar de praktijk wijst niet zelden op het tegendeel. Het gemis aan ritme, structuur, sociale contacten en vooral beweging is soms letterlijk ziekmakend. De metamorfose van de ouder wordende mens waarop ik doel komt tot stand door langer door te werken en ons zo dienstbaar te maken aan zowel de samenleving als onszelf. De wijze waarop we dat doen kan van persoon tot persoon verschillen, maar vraagt om bezinning en daarvoor blijkt, mits we langer doorwerken, ook voldoende financiële ruimte.  
 

Rotterdam, 29 november 2012

Wim van Deventer
Voorzitter Raad van Bestuur centrum voor Reuma en Revalidatie Rotterdam (RRR)

Nota bene: deze column is tot stand gekomen naar aanleiding van mijn bijdrage aan een conferentie in Malta over de zorg voor ouderen (EAHSA;  http://www.rrr.nl/flyermalta.jpg)  De heren Paul Schnabel, directeur van het SCP en Frans Kalshoven, directeur van de Argumentenfabriek, dank ik voor hun inspirerende commentaar. De onderliggende berekeningen zijn op verzoek verricht door Pensioenuitvoeringsorganisatie PGGM.

Wim van Deventer is voorzitter van de Raad van Bestuur van het centrum voor Reuma en Revalidatie Rotterdam en vicevoorzitter van de Rotterdamse woningcorporatie SOR. Hij heeft o.a. gewerkt bij VNO/NCW, Unilever en de Erasmusuniversiteit en was lid van de Gemeenteraad van Rotterdam.